Biografie

Ineke Holtwijk

Ineke Holtwijk (1955) werd in Groningen geboren en groeide op in Noord Brabant. Zij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit in Groningen. Ze werkte na haar studie als lerares Nederlands maar week na twee jaar uit naar de journalistiek. Het zaadje daarvoor was al gelegd tijdens de studie. Het bijvak massacommunicatie bracht haar op het kantoor van de Groninger Gezinsbode, een even professioneel als uitgesproken huis-aan-huisblad in Groningen. Daar wilde zij een antwoord zoeken op de vraag ‘Wie bepaalt wat er gezegd wordt en hoe in de media’. Op persbureau Tammeling waar de Groninger Gezinsbode naast veel andere journalistieke produkten werd geschreven leidde de scriptievraag tot gepassioneerde gesprekken over het vak.

Het persbureau was decennialang de broedstoof voor jong journalistiek talent in het noorden en Bart Tammeling, die het tot zijn dood leidde, werd beschouwd als de nestor van de regionale journalistiek. Zag hij op zijn burelen iemand die het ‘heilige vuur van de journalistiek’ had, zoals hij het noemde, dan veranderde hij prompt in een enthousiaste loopbaanbegeleider. Hij schroomde niet de telefoon te pakken en een bevriende hoofdredacteur attent te maken op het talent dat hij had ontdekt en dat in geen geval verloren mocht gaan voor Het Vak.

Zo belandde Ineke op de redactie van de Winschoter Courant, een kleine, rebelse krant in Oost-Groningen waar nog nooit een vrouwelijke redacteur aangeschoven was. Ze werkte er als stadsverslaggever. Zelf zegt ze over die jaren: ‘Ik heb de beste school voor journalistiek gedaan die er is. Ik moest iedere dag zelf bedenken hoe ik de pagina – ‘mijn’ pagina - weer vol kreeg en binnen 24 uur hoorde ik op straat en in de supermarkt terug wat mijn reportages hadden losgemaakt.’

Na de Winschoter Courant volgde Inter Press Service, een internationaal persbureau met hoofdkantoor in Rome en gespecialiseerd in de Derde Wereld. Ineke Holtwijk was er redacteur voor de Nederlandstalige nieuwsdienst die zetelde in Bonn, Duitsland, en schreef af en toe over Afrika. In 1985 publiceerde zij met anderen een interviewbundel over prominente vrouwelijke intellectuelen in de de Derde Wereld, Trefpunt Nairobi geheten.

In 1989 vertrok ze naar Zuid-Amerika. Na reportagereizen in de tropen was de drang daar een tijd te wonen almaar gegroeid. Ze koos Rio de Janeiro als haar nieuwe woonplaats. Vandaar werkte zij aanvankelijk als correspondent voor het NOS-Journaal, het weekblad Elsevier en de toenmalige Gemeenschappelijke Persdienst (GPD), een kluster van belangrijke regionale kranten. Later combineerde ze televisie met De Volkskrant. Ze publiceerde er zes boeken.

Rooksignalen is het relaas van elf primitieve indianen en hun eerste contact met onze maatschappij. Kannibalen in Rio is een reisboek dat lezers inwijdt in een andere, zuidelijke manier van denken. Het kreeg het Gouden Ezelsoor, de prijs voor het best verkochte literaire debuut. Heimwee naar de Horizon zijn reisverhalen over Zuid-Amerika. Engelen van het Asfalt is een jeugdroman over een straatkind in Rio de Janeiro, die zowel in Nederland als in de Verenigde Staten prijzen won. In samenwerking met anderen schreef zij nog Slotenmakers en gangstermeisjes, een boek over kinderarbeid wereldwijd en een portret van Argentinië dat als titel meekreeg Argentinië, land van Máxima.

Voor haar journalistieke werk werd Ineke Holtwijk in 2004 door de vereniging Nederlandse Dagbladpers genomineerd voor de Prijs voor de Nederlandse Dagbladjournalistiek. In zijn rapport schreef de jury: ‘Haar producties vormen buitenlandse correspondentie van hoog niveau. (…) Meeslepend en beeldend legt ze verbanden tussen belevenissen en emoties van individuen enerzijds en anderzijds de brede politiek-maatschappelijke omgeving. Het was een kleurrijk correspondentschap. Ineke Holtwijk versloeg onder meer de terugkeer van de democratie in Brazilië en Chili, de aardbeving in Armenia, Colombia, de val van de Peruaanse president Fujimori, de thuiskomst van ex-dictator Pinochet in Chili na zijn arrestatie in Londen. Ze berichtte met grote voortvarendheid en altijd ter plekke over guerrillero’s, cocatelers, sojaboeren, drugsdealers die sloppenwijken terroriseerden, maar had ook oog voor het ‘kleine’ nieuws zoals het verhaal van de jacht van dierenhandelaren op de laatste vrij rondvliegende blauwe papegaai of de vriendelijkheid van de inwoners van Rio.

Zij was het ook die als eerste de identiteit van nieuwe Argentijnse liefde van kroonprins Willem Alexander en de rol van haar vader in de dictatuur naar buiten bracht, door collega’s 'de primeur van de eeuw' genoemd.

In 2004 hield Ineke Holtwijk het correspondentschap voor gezien. ‘Het wordt tijd om de kussens weer eens op te schudden.’ Sindsdien schrijft zij boeken en artikelen en adviseert zij bedrijven, organisaties en overheden over maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Eind 2006 kwam Rooksignalen uit, het verhaal over de recente ontdekking en het moeizame aanpassingsproces van elf primitieve Amazone-indianen aan onze samenleving. Het boek wordt door sommige deskundigen vergeleken met twee internationale eversellers in het genre: Tristes Tropiques van de Franse antropoloog Claude Lévi-Strauss en Tupari van de Zwitserse etnograaf Franz Caspar. Volgens doctor Hein van der Voort, linguïst verbonden aan de Radboud Universiteit te Nijmegen en gespecialiseerd in het gebied, is Rooksignalen een monument van observaties en bevat het mede daardoor ‘uniek, nog niet eerder gepubliceerd etnografisch materiaal.’ Rooksignalen werd onmiddellijk na verschijning uitgekozen voor de short-list van de tien beste Nederlandse non-fictie voor de Buchmesse in Frankfurt in 2006 (Zie Engelstalige recensie van Rooksignalen).