Rooksignalen

Op zoek naar de laatste verborgen indianen in Brazilië

Klik hier voor de foto's
Klik hier voor de video's

Interviews
'Je moet oorbellen indoen. Anders lijk je net een aap.'
(in: Quest 2007)
Lees meer . . .

Flaptekst
Op het uiterste puntje van de bank zit een geelbruin vrouwtje met Aziatische scheve ogen. Door haar neus steekt iets wat eruitziet als een botje. Het maanvrouwtje monstert mij terwijl ik haar met mijn ogen afga. De verwondering over de afmetingen is wederzijds.
'Dit is Wajmoró,' zegt Selma.
Wij schudden handen en lachen naar elkaar. Uit Wajmoró's keel komen klokkende en gorgelende geluiden.
Tolk Munuzinho vertaalt:
'Jij bang voor mij. Ik bang voor jou.
Jij heel groot. Jij lijkt panter.' 
Het moet het tijgerprint-hemdje zijn dat ik zonder veel nadenken heb aangetrokken.

Het is een fascinerend gegeven: in deze tijd van internet en ruimte-excursies leven er op aarde nog volken waarmee we nooit contact hebben gehad en waarvan we ook niets weten. In Brazilië zijn het er zeker vijftien, die ver weg verstopt in het Amazonewoud leven. Maar in 1995 wordt twintig kilometer van de bewoonde wereld, tot stomme verbazing van iedereen, een groepje van elf onbekende primitieve indianen ontdekt, in een bos dat als een eilandje van groen in een verder kaalgekapt gebied ligt. Ze leven zoals ze al duizenden jaren deden en verdedigen zich met pijl en boog als houthakkers hun bos binnendringen. Tien jaar lang volgde Ineke Holtwijk de emotionerende kennismaking van dit groepje indianen met onze wereld. Het is een even spannend als schokkend eenentwintigste-eeuws evolutiesprookje. En de ontmoeting met deze indianen blijkt ook een confrontatie met onze eigen normen en vanzelfsprekendheden.

Recensies
Prachtig geschreven, indringend verslag. (...) Hoewel de communicatie ingewikkeld is (...) weet Holtwijk de lezer in te nemen voor deze haast prehistorisch levende mensen. Dat ze dit doet zonder sentimenteel te worden en met een prachtige pen, is een grote verdienste.
Nell Westerlaken, de Volkskrant

Hoe Brazilië leert omgaan met zijn indianen, en wat er de afgelopen tien jaar is gebeurd rond deze stammen in Rondônia, heeft Holtwijk in 'Rooksignalen' knap beschreven. Dankzij haar eigen tochten door het oerwoud, over glibberige boomstambruggen en door van insecten vergeven groen, kan ze ook goed beschrijven hoe gebeurtenissen zich voordeden die ze alleen uit de verhalen van anderen kent. En juist doordat ze voor alle verhalen, de grote en de kleine, de ruimte neemt, ga je gaandeweg het Braziliaanse dilemma begrijpen en zien hoe twee culturen daar in elkaar verstrikt zijn geraakt. (...) een prachtig, zij het triest verhaal.
Bas den Hond, Trouw

Een zeer lezenswaardig boek. Holtwijk heeft haar reportages van een uitgebreide historische achtergrond voorzien. Het loont de moeite om regelmatig te bladeren naar het uitvoerige notenapparaat achterin, dat bol staat van achtergrondinformatie.
Merijn de Waal, NRC Handelsblad

Een fascinerend en spannend boek.
Historisch Nieuwsblad

Ineke Holtwijk is diep in de bloedige historie van het gebied gedoken, en de manier waarop ze de betrokkenen portretteert is aandoenlijk.
Emma Brunt, HP De Tijd

Ineke Holtwijk heeft zich (...) met grote energie op dit onderwerp gestort. (...) Het is zowel een journalistiek als persoonlijk boek.
Gerrit Jan Zwier, Leeuwarder Courant

Rooksignalen is op zijn best als die vragen vanuit eigen ervaringen worden beantwoord. (...) Een hoofdrol in het boek is weggelegd voor een sertanista. (...) Zijn levendig beschreven strijd tegen grootgrondbezitters die het leefgebied van de indianen zo snel mogelijk willen omploegen tot soja-landbouwgrond, maakt dat het eerste deel van het boek leest als een spannende thriller.
Jeroen van Bergeijk, Internationale Samenwerking

Een prachtig boek.
Tony van der Meulen, Brabants Dagblad

Uitstekende kleurenfoto’s (...) Alle hoofdrolspelers in deze grondoorlog zijn in het boek met een pakkend portret vertegenwoordigd.
Nederlands Dagblad

Fragment
Het dagblad O Estado de São Paulo bracht het verhaal over de ontdekking van een onbekende indianenstam in het Amazonegebied medio 1995. Groot nieuws had de krant het blijkbaar niet gevonden, want het kwam pas op pagina 24. De foto bij de reportage toonde twee personen in een bos.
Ze waren op een korte broek na naakt en droegen schuin over hun bovenlichaam vele kettingen. Om hun onderbenen maar ook om hun armen hadden ze banden gesnoerd. Het meest opvallend was nog hun hoofddeksel, dat oogde als een schotel van gevlochten pitriet. In hun hand hadden de indianen pijlen en boog. Toch straalde van deze wapenuitrusting niets agressiefs uit. Ze droegen hun wapens zoals andere Brazilianen een plastic boodschappentas als ze uit de supermarkt komen.
Volgens de tekst betrof het een man en een vrouw, maar dat kon je uit de foto niet opmaken. De kettingen bedekten hun borst en geen van beiden had een uitgesproken mannelijk of vrouwelijk gezicht. De indianen staarden met een mengeling van gelatenheid en achterdocht in de richting van de camera.
Misschien kwam het door de combinatie van het hoofddeksel met hun fijne gelaatstrekken en smalle ogen, maar deze net ontdekte Braziliaanse indianen deden denken aan Chinese boeren. De tekst in de krant voedde het mysterie: ‘Men weet nog niet tot welk volk dit paar hoort dat in een landbouwgebied in het zuiden van Rondônia is gevonden en evenmin hoeveel leden de stam telt.’ Het ging volgens de verslaggever om semi-nomadische indianen. Semi-nomadisch omdat er een kleine zwerfakker was gevonden waar de indianen maniok, maïs en papaja verbouwden. Ze woonden in twee hutten van palmbladen1 daar vlakbij. De stoffen broeken die ze droegen, hadden ze volgens de krant vermoedelijk gevonden in verlaten kampen van houthandelaren. Hoe oud de indianen waren was een raadsel. Als je afging op de foto konden ze evengoed twintig als vijftig jaar zijn. De kleinste van de twee was de vrouw, aldus het fotobijschrift. Ze had o-benen en haar voeten stonden vertederend scheef.
Om de lezers wegwijs te maken in de werkelijkheid 2500 kilometer verderop - voor de meesten net zo onbekend en exotisch als een ver buitenland - waren twee kaarten bij het artikel gevoegd. Op de kaart van Brazilië was de deelstaat Rondônia ingetekend, in het zuiden van het Amazonegebied. Op de tweede, in het zuiden van Rondônia, het bos waar de indianen ontdekt waren. Het lag vlak bij de grens met Bolivia. Deskundigen hadden op basis van sporen en voorwerpen geconcludeerd dat daar meer wilde indianen moesten rondlopen.
Het bericht was mij ontgaan. Maar een kennis uit Rondônia zette mij maanden later op het spoor van de net ontdekte indianen. Hij werkte als vertegenwoordiger van een internationaal ingenieursbureau in de regionale hoofdstad Porto Velho, waar zijn vrouw een goedlopende boekhandel had. Het echtpaar kende alles en iedereen in de milieuwereld en mijn tipgever had als ik hem vanuit mijn woonplaats Rio de Janeiro belde altijd vermakelijke roddels over rubbertappers die buitenlandse geldschieters uitkleedden, politici die op hun eigen landerijen stiekem bomen omhakten en andere slechteriken wie hij als het even kon pootje haakte in de vele bestuurlijke commissies waarin hij zat.
‘Ik wil een reis maken naar de Amazone. Heb je een leuk idee voor een verhaal achter de hand?’ vroeg ik.
De lijn kraakte en echode alsof ik naar de andere kant van de wereld belde. In Porto Velho was het twee of misschien wel drie uur vroeger, bedacht ik me.
`Ga eens op bezoek bij mijn vriend Marcelo,’ zei mijn tipgever.
`Wat doet Marcelo?’
De lijn viel weg, wat vaker gebeurde en net zo goed aan de gemankeerde lijnen in Rio de Janeiro kon liggen als aan de satellietverbinding. Ik belde opnieuw.
`Wacht even, ik heb net een koud biertje gepakt.’ Ik hoorde de doffe knal van een blikje dat werd opengetrokken. `Het is hier veertig graden in de schaduw.’
‘Je zou vertellen over Marcelo.’
‘Marcelo werkt met indianen.’ Hij zweeg even om een teug te nemen. `Marcelo wordt op zijn huid gezeten door grootgrondbezitters. Ze lusten hem rauw, want hij heeft op hun land indianen ontdekt van wie niemand wist dat ze bestonden. De grootgrondbezitters lopen nu de kans dat ze onteigend worden. Ze zijn door het dolle heen.’
`Indianen? Op landerijen van grootgrondbezitters?’ Ik had me indianen voorgesteld midden in het oerwoud, op dagen varen van de bewoonde wereld. Maar een onbekende indianenstam temidden van akkers en wegen?
`Hoe kan het dat niemand de indianen ooit gezien heeft?’ vroeg ik.
Mijn kennis negeerde de vraag. Hij stoomde verder op de golven van zijn hoorbaar stijgende verontwaardiging.
`Het is een krankzinnige situatie. Die indianen zitten in een bos dat iedere maand kleiner wordt. Ze kunnen geen kant uit. Alles eromheen is afgebrand en omgehakt. En de boeren blijven maar afbranden.’ Hij nam een snelle slok, maar gaf me niet de tijd om te reageren.
‘Daar moet je over schrijven. Dát is Brazilië. Maar wie heeft daar weet van? Niemand komt hier ooit kijken.’
Het laatste klonk moedeloos. Misschien was hij uitgeput door de hitte of had hij genoeg van Porto Velho.

(Rooksignalen. Uit: hoofdstuk 1, Oerwoudgevoel.)

Ramiro kindsoldaat

Bestellen?

Dat kan. Rooksignalen is te verkrijgen als e-book bij uitgeverij Fosfor, Apple, Kobo en Amazon.

Bestellen als e-book

En tweedehands via bol.com

Bestellen tweedehands