Engelen van het asfalt

Engelen van asfaltFlaptekst

‘Zou hij het hier een nacht kunnen uithouden? Alex kijkt naar de betonnen bank die op de open plek in het park staat. Hij is smal. En hard. Misschien moet hij toch maar onder een boom in het gras gaan liggen. Maar als er beesten komen, of moordenaars... Nee, dan toch maar op de harde bank.’
Alex woont voortaan op straat. Zijn moeder is overleden en zijn stiefvader was blij dat hij Alex de straat op kon schoppen. Alex is bang, maar hij heeft geen keus. Hij moet proberen te overleven op straat, zonder vast onderdak, zonder bescherming; tussen de dealers en drugskoeriers, de straatbendes en de lijmsnuivers. Ineke Holtwijk heeft voor het schrijven van dit boek een tijd lang met een groep straatkinderen opgetrokken.

Recensies
Wat in ‘Engelen van het Asfalt’ ontbreekt is het opgeheven vingertje. Holtwijk vertelt Alex’ belevenissen heel onderkoeld. Ze laat niks ongenoemd, schrijft in directe, heldere zinnen en toont dat elk straatkind zijn eigen verhaal heeft.
Marja Bosman, ‘Leeuwarder Courant’

Ineke Holtwijk heeft een geweldig boek geschreven. Spannend, boeiend, een verhaal waar je van gruwt, ondanks enkele sprankjes hoop.
Ruud Kamphoven, ‘Brabants Dagblad’

Als levensecht verslag over het lot van kinderen in andere landen heeft ‘Engelen van het Asfalt’ veel te zeggen.
Joke Linders, ‘Algemeen Dagblad’

Ze verpakt haar observaties en bedenkingen altijd in een levendig en voor tieners herkenbaar en deugddoend verhaal.
‘De Standaard’.

Het is een realistische, integer geschreven roman, waarin erg veel gebeurt.
Selma Niewold, ‘de Volkskrant’

Engelen van het Asfalt is eenvoudig van taal, vertelt op een meeslepende manier boeiende belevenissen, verbreedt de horizon van jongeren, snijdt een interessant thema aan en maakt een zeer authentieke indruk. (...) Brugklassers aan wie ik stukjes heb voorgelezen, luisterden geboeid en wilden het boek meteen zelf gaan lezen.
Ruud Kraaijeveld, ‘Levende Talen’

Een heel aangrijpend en waar gebeurd verhaal.
Zeewolder krant’

Naar aanleiding van de Engelse vertaling (‘Asphalt Angels’, uitgegeven in 1999 door Front Street Books)
Unparalleled depiction of life on the streets.
‘Publishers Weekly’

Readers will inhabit Alex’ life, for a time, and they will understand and admire him deeply.
‘Kirkus’

Shocking as well as interesting
‘Voice of Youth Advocates’

High-interest subject
‘Booklist’

Emotional involvement and intellectual distance
‘The Bulletin of the Center for Children’s Books’

Prijzen
Glazen Globe 1996/1997.
Prijs voor het beste aardrijkskundige jeugdboek van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap.

Mildred L. Batchelder Honor Award 2000.
Onderscheiding van de American Library Association (de organisatie van Amerikaanse bibliothecarissen) voor het beste vertaalde jeugdboek.

Best Book for Young Adults 2000
Van de American Library Association

Genomineerd als Notable Book for a Global Society 2000
Door de International Readers Association in de Verenigde Staten

2000 Choice
Van het CCBC (Cooperative Children’s Book Center) in de Verenigde Staten

Nominatie voor Americas Award 1999.
Prijs voor fictie of non-fictie die authentiek verhaalt over Latijns-Amerika van het Latin American Studies Program (CLASP) van de University of Wisconsin, gecosponsored door de Library of Congress.

Fragment
Van Robson leerde Alex hoe je moest bedelen. ‘Bedelen is normaal,’zei Robson. ‘Jij hebt honger en zij hebben geld. Het is niet jouw schuld dat je geen huis hebt. Dus ze moeten je helpen.’ Alex knikte. Zoals Robson het uitlegde, leek bedelen eigenlijk werken. Werk van straatkinderen. Toch hoopt hij dat hij niemand uit Japeri zou tegenkomen. Hij zou door de grond zakken als ze hem zagen met een uitgestoken hand.
Op een ochtend waren ze naar een koffiebar gegaan zoals je er veel op straat hebt. Je kunt zo binnenlopen. Ze hebben geen ramen of deuren, maar metalen rolluiken tot op de stoep die ’s ochtends opengaan en ’s avonds met veel lawaai worden dichtgetrokken. De meeste mensen slokken er staand aan de bar een broodje of een pilsje weg. ‘Vrouwen zijn het beste,’ had Robson van tevoren gezegd. ‘Die hebben veel meer gevoel. Je loopt op haar af. Niet te snel, want dan denkt ze dat je haar wilt beroven. Als je naast haar staat, zeg je: "Astjeblieft tante , hebt u niet wat kleingeld voor mij? Ik heb zo’n honger." Dat van die honger moet je niet vergeten. En je moet zielig kijken.’ Robson had zijn hoofd een beetje scheef gehouden.
‘En dan geeft ze?’ had Alex gevraagd. Hij had vaak bedelende kinderen gezien, maar nooit gedacht dat het zo simpel was. ‘Ja, soms. Als ze niet meteen geeft, maar je voelt dat ze wel wil, zeg je: "Tante, koop een broodje voor me." Sommige mensen willen geen geld geven. Ze zijn bang dat je lijm gaat kopen."

(Engelen van het asfalt. Uit: hoofdstuk Lessen.)