Van Manuela tot Mandela

(…) Het beoordelen van de uitstraling van een televisiepersoonlijkheid vraagt een scherp oog en ervaring. In 1991 zochten de oprichters een presentator voor de kleine prijzen, een opvolger of opvolgster van Manuela Kemp. Van den Ende suggereerde de jonge Reinout Oerlemans, toen alleen bekend van zijn rol als Arnie in de serie Goede Tijden Slechte Tijden.

Oerlemans kwam bij Frank thuis op bezoek omdat Frank verantwoordelijk was voor televisie. Oerlemans was weliswaar dé spetter van de Nederlandse televisie op dat moment, maar hoe leuk zou die jongen het vinden om een sliert opgewonden buurtbewoners om zijn nek te krijgen? Of op de thee te zitten met een tachtigplusser in Winterswijk? Frank kon het zich niet voorstellen. ‘Ik vond het een Wassenaarse kakker.’ Maar hij liet zich overtuigen door Van den Ende. Frank: ‘Joop zei: let op. Dit wordt een hele grote.’

Martijn Krabbé kwam in het vizier omdat de TROS en Veronica vonden dat de loterijshow te veel de sfeer van RTL ademde; ze stonden op een gezicht van de publieke zender. Ze hadden Krabbé nog in de aanbieding.Vaak wisselen vermindert de herkenbaarheid van een presentator. De mannen gingen daarom met tegenzin akkoord. Ze eisten wel dat Reinout Oerlemans de uitreiking van de straatprijs bleef presenteren.

Martijn Krabbé zou vier seizoenen achter elkaar op het scherm blijven als presentator van de show. Hij werd een van de vaste gezichten van de loterij. In de Van Eeghenstraat vonden ze dat Krabbé het warme uitstraalde dat de loterij als merk wilde uitdragen. (...)

Uit: De mannen van de droomfabriek (Van Manuela tot Mandela)